Casus Multimodale Netwerkkaders
Om de toepassing van de Mobiliteitsscan voor het opstellen van Multimodale Netwerkkaders te verduidelijken, is een stappenplan uitgewerkt die aangeeft welke rol de Mobiliteitsscan hierin kan spelen.
Multimodale Netwerkkaders (MNK) in het kort
Dit voorbeeld beschrijft hoe de Mobiliteitsscan, inclusief de analysemodule Multimodale Netwerkkader, kan worden toegepast bij alle stappen van de methodiek voor Multimodale Netwerkkaders (MNK).
MNK is een initiatief van het Landelijk VerkeersManagement Beraad (LVMB), thematafel Stedelijk Verkeersmanagement en is gepubliceerd door het CROW.
In Deel I van de methodiek ondersteunt de Mobiliteitsscan met name:
- het in kaart brengen van gebieden, relaties en netwerken (stap 1);
- het gestructureerd vastleggen van bereikbaarheidsprofielen via zones, relaties en routes (stap 2);
- het toekennen en visualiseren van functies in een multimodale functiekaart (stap 3);
- het kwantitatief invullen van indicatoren voor het referentiekader (stap 5).
In Deel II is de Mobiliteitsscan vooral van waarde bij:
- het zichtbaar maken van feitelijke indicatorwaarden en het lokaliseren van knelpunten en restruimte (Uitwerking A);
- het verkennen van oplossingsrichtingen via maatregel‑ en effectmodules (Uitwerking B);
- het analyseren van deelnetwerken op regionaal niveau en het beoordelen van kiemen in hun netwerkcontext (Uitwerking C);
- het voorbereiden en vergelijken van scenario’s voor niet‑reguliere situaties (Uitwerking D).
De module Multimodale Netwerkkader vormt de spil tussen de kwalitatieve MNK‑systematiek en de kwantitatieve analysemogelijkheden van de Mobiliteitsscan. Door de opbouw van de module, de kaartgestuurde invoer en de geïntegreerde resultaatkaart wordt het mogelijk om beleidskeuzes transparant, reproduceerbaar en gebiedsdekkend vast te leggen.
Voor de praktijk betekent dit dat de Mobiliteitsscan kan worden ingezet als:
- instrument om beleidsambities in termen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid te vertalen naar kaarten en indicatoren;
- platform om scenario’s en maatregelen in lijn met het MNK te verkennen en te delen met anderen;
- hulpmiddel bij monitoring, evaluatie en communicatie over het functioneren van multimodale netwerken.
De formele vaststelling van het multimodale netwerkkader, de keuze en prioritering van maatregelen en de juridische en bestuurlijke verankering van beleid blijven nadrukkelijk stappen die niet met behulp van de Mobiliteitsscan uitgevoerd kunnen worden.
Multimodale Netwerkkader Deel I
De leidraad voor MNK van het CROW onderscheidt in Deel I zes opeenvolgende stappen om te komen tot een multimodaal netwerkkader voor een stad of regio:
- Start het project op: formuleren van doel, afbakening, organisatie en startnotitie.
- Bepaal de uitgangspunten: inventariseren van beleidsuitgangspunten en afleiden van gebieden, verkeersrelaties, netwerken, aangemerkte wegen en overige uitgangspunten.
- Stel bereikbaarheidsprofielen op: concreet maken van bereikbaarheidsambities per gebied, inclusief relevante relaties, voorkeurroutes en belang per modaliteit.
- Bepaal de functionele ordening: definiëren van functieprofielen, toekennen van functies aan netwerkdelen in een functiekaart en toetsen van deze kaart.
- Stel de prioriteiten vast: opstellen van prioriteitenlijsten per zone en modaliteit, inclusief uitzonderingen.
- Stel het referentiekader op: vastleggen van grootheden, indicatoren en grenswaarden om het wensbeeld meetbaar te maken.
Gezamenlijk vormen de producten van deze stappen het multimodale netwerkkader van het studiegebied.
Stap 0: Project opstarten
Stap 0 is primair een organisatorische en bestuurlijke stap. De betrokken partijen bepalen de doelen van het MNK, de afbakening van het studiegebied, de tijdshorizon, de modaliteiten en de projectorganisatie. Deze keuzes worden doorgaans vastgelegd in een startnotitie.
De Mobiliteitsscan heeft in deze voorbereidende fase geen formele rol binnen de MNK‑systematiek. Wel kan de Mobiliteitsscan in de praktijk worden gebruikt om in een vroeg stadium een globale nulmeting uit te voeren. Door bijvoorbeeld kaarten met Aantal verplaatsingen tussen zones of multimodale reistijden van en naar kernlocaties (Reistijd van/naar een zone en Reistijdisochronen) te raadplegen, ontstaat snel een gedeeld beeld van de huidige situatie. Dit kan helpen om de probleemperceptie tussen partijen te stroomlijnen en de doelen van het MNK scherp te formuleren.
De formele vastlegging van doelen, afbakening en projectorganisatie vindt echter buiten de Mobiliteitsscan plaats.
Stap 1: Uitgangspunten bepalen
In stap 1 worden beleidsuitgangspunten uit relevante documenten geïnventariseerd en vertaald naar een aantal concrete elementen: categorieën gebieden (kerngebieden, interne gebieden, overstaplocaties, externe gebieden),
relevante verkeersrelaties, te betrekken netwerken per modaliteit, aangemerkte wegen en overige uitgangspunten.
De Mobiliteitsscan ondersteunt met name de onderbouwing en visualisatie van deze elementen. Analysemodules met socio‑economische gegevens en mobiliteitsindicatoren maken zichtbaar waar grote concentraties van
inwoners, arbeidsplaatsen of verplaatsingen voorkomen, en welke zones een regionale functie hebben. Modules voor het autonetwerk, OV‑netwerk en fietsnetwerk geven inzicht in de bestaande hoofdstructuren en in
knelpunten op het gebied van snelheid, capaciteit en vertraging.
De module Multimodale Netwerkkader voegt hieraan toe dat aangemerkte wegen in de invoerstap voor het auto‑ en vrachtnetwerk expliciet kunnen worden gelabeld. Door selectie van wegvakken op de kaart (individueel of met een
polygoon) kunnen netwerkdelen worden aangewezen die vanuit beleid onderscheidend zijn. Deze aanduiding wordt opgeslagen en later zichtbaar in de geïntegreerde MNK‑resultaatkaart. Het expliciet formuleren van beleidsuitgangspunten, het bepalen van gebiedscategorieën en de selectie van
netwerken blijft een beleidsmatige exercitie.
Stap 2: Bereikbaarheidsprofielen opstellen
In stap 2 worden de bereikbaarheidsambities per gebied en per relatie geconcretiseerd. Enerzijds gaat het om het belang van modaliteiten voor de bereikbaarheid van een gebied en binnen een gebied; anderzijds om het belang van specifieke relaties tussen gebieden en om de voorkeurs- en alternatieve routes waarlangs deze relaties bij voorkeur worden bediend.
De module Multimodale Netwerkkader kan in deze stap een centrale rol spelen. In de stap “Zones” kunnen zones in het studiegebied worden geselecteerd en voorzien van zonefuncties. Hierdoor ontstaat een gestructureerd overzicht van
gebiedsprofielen dat direct aansluit op de uitwerking uit de CROW‑leidraad. In combinatie met de stap “Verkeersrelaties tussen zones” kan vervolgens worden vastgelegd welke modaliteiten belangrijk zijn voor de bereikbaarheid van het gebied, en welke modaliteiten binnen het gebied prioriteit hebben. Voor elk geselecteerd paar wordt per modaliteit vastgelegd of de relatie een hoog, gemiddeld of laag belang heeft. Eerder gelabelde relaties worden op de kaart herkenbaar weergegeven, waardoor samenhang tussen gebieden en relaties goed
zichtbaar wordt.
De bestaande analysemodules van de Mobiliteitsscan, zoals de modules voor het Aantal verplaatsingen tussen zones of de module voor Selected link‑analyses, kunnen in deze stap worden gebruikt om te toetsen of voorgestelde
relaties en routes aansluiten bij de feitelijke verkeersstromen in het model. De uiteindelijke conceptualisering van bereikbaarheidswensen en het toekennen van belang per modaliteit blijft een beleidsmatige keuze, die via de MNK‑module op consequente wijze wordt vastgelegd.
Stap 3: Functionele ordening bepalen
In stap 3 wordt het gewenst functioneren van de multimodale netwerken uitgewerkt in functieprofielen en in een multimodale functiekaart. Met functieprofielen wordt per weggroep of lijngroep vastgelegd welke rol deze binnen het netwerk spelen (bijvoorbeeld doorgaande snelweg, stedelijke as, doorfietsroute, HOV‑as), welke kwaliteitskenmerken daarbij horen en welke inrichting en uitrusting wenselijk is. Deze profielen worden vervolgens
vertaald naar een functiekaart waarin alle relevante netwerkdelen een functie toebedeeld krijgen.
De module Multimodale Netwerkkader ondersteunt vooral het tweede deel van deze stap: het toekennen van functies aan netwerkdelen
en het visualiseren hiervan. In de invoerstappen voor auto‑, vracht-, OV‑ en fietsnetwerk kunnen geselecteerde links worden voorzien van één of meer functies. Ook kunnen keuzepunten worden aangeduid, bijvoorbeeld
locaties waar het verkeer de stad in gaat of juist verlaat. De module slaat deze informatie modaliteitsspecifiek op en genereert op basis hiervan een geïntegreerde resultaatkaart. In deze kaart worden de functies per modaliteit
overzichtelijk weergegeven, inclusief een legenda en bijbehorende attributentabellen.
De bestaande analysemodules kunnen worden gebruikt om te toetsen of de voorgestelde functies aansluiten bij het huidige gebruik en de capaciteit van het netwerk. Zo kan bijvoorbeeld worden bekeken of trajecten die als doorfietsroute of HOV‑as zijn aangewezen, in de brondata inderdaad belangrijke stromen verwerken en of zij voldoende snelheid en betrouwbaarheid bieden. De koppeling tussen functieprofielen en de feitelijke inrichting volgens CROW‑richtlijnen (zoals wegencategorisering en ontwerpwijzers) blijft echter een inhoudelijke taak die
buiten de Mobiliteitsscan wordt uitgevoerd.
Stap 4: Prioriteiten vaststellen
In stap 4 wordt bepaald welke functies en modaliteiten bij schaarste voorrang krijgen. Dit wordt doorgaans uitgewerkt in prioriteitenlijsten per zone, eventueel aangevuld met uitzonderingen voor specifieke locaties of omstandigheden (bijvoorbeeld schoolzones of evenementen).
De Mobiliteitsscan legt deze prioriteiten niet zelfstandig vast. De prioriteitenlijsten worden door de betrokken wegbeheerders buiten de tool opgesteld, op basis van beleidsafwegingen en lokale kennis. Wel kan de
Mobiliteitsscan worden gebruikt om de onderbouwing van die keuzes inzichtelijk te maken. Zo geven analysemodules informatie over de omvang en samenstelling van verkeersstromen op relaties en trajecten, over de rol van bepaalde corridors in het netwerk en over de kwaliteit van de verschillende modaliteiten ten opzichte
van elkaar.
De module Multimodale Netwerkkader kan indirect bijdragen doordat de in stap 3 vastgelegde functies en keuzepunten een logisch kader bieden voor de prioritering: functies met grote netwerkbetekenis of met hoog belang in
bereikbaarheidsprofielen kunnen bijvoorbeeld hoger op de prioriteitenlijst worden geplaatst. De formele vastlegging van prioriteiten, en de uitwerking naar regelstrategieën en operationele referentiekaders, blijft echter een beleidsmatige en operationele verantwoordelijkheid buiten de Mobiliteitsscan.
Stap 5: Referentiekader opstellen
Stap 5 richt zich op het meetbaar maken van het wensbeeld. Op basis van de eerder vastgelegde doelen en functies wordt bepaald welke grootheden en indicatoren nodig zijn om bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid
op relatie‑ en trajectniveau te kunnen toetsen. Vervolgens worden voor deze indicatoren grenswaarden vastgesteld.
De Mobiliteitsscan biedt hier directe ondersteuning doordat veel relevante indicatoren als analyse‑ en effectmodules beschikbaar zijn. Op relatieniveau gaat het onder meer om reistijden, snelheden, potentiële bereikbaarheid en reistijdverhoudingen tussen modaliteiten. Op trajectniveau worden onder andere intensiteiten, belast/onbelast‑snelheden, evt. kruispuntvertragingen en emissies beschikbaar gesteld. Deze indicatoren kunnen worden gebruikt als invulling van het beleidsmatige referentiekader, zowel voor de nul- of uitgangssituatie als
voor toekomstige scenario’s.
De effectmodules van de Mobiliteitsscan maken het mogelijk om scenario’s met en zonder maatregelen of autonome ontwikkelingen met elkaar te vergelijken op dezelfde set indicatoren. Daarmee sluiten ze goed aan bij de behoefte om in de latere uitwerkingen (met name Uitwerking A en B) feitelijke situaties en oplossingsrichtingen te toetsen aan het in stap 5 geformuleerde referentiekader.
Het bepalen van de uiteindelijke informatiebehoefte, het selecteren van de definitieve set indicatoren en het vaststellen van concrete grenswaarden per indicator blijft een beleidsmatige taak. De Mobiliteitsscan voorziet in
de benodigde data en analysemogelijkheden om deze keuzes te onderbouwen en de ontwikkeling van indicatorwaarden in de tijd te kunnen volgen.
Multimodale Netwerkkader Deel II
In Deel II wordt beschreven hoe het opgestelde multimodale netwerkkader kan worden toegepast en verder uitgewerkt:
- Feitelijke situatie en knelpunten: bepalen van indicatorwaarden, toetsen aan grenswaarden en opstellen van een bereikbaarheidsopgave.
- Oplossingsrichtingen: formuleren van oplossingsrichtingen voor de vastgestelde knelpunten (mobiliteitsmanagement, verkeersmanagement, infrastructuur, aanpassing netwerkkader) en samenstellen van een roadmap.
- Uitwerking naar deelnetwerk: herhalen van de stappen 1 tot en met 5 op een hoger detailniveau voor een deelnetwerk, inclusief kiemanalyse.
- Uitwerking voor niet-reguliere situatie: toespitsen van het netwerkkader op situaties als grootschalige werkzaamheden, evenementen of andere afwijkende omstandigheden.
De Mobiliteitsscan kan op meerdere punten in dit proces worden ingezet.
Uitwerking A - Feitelijke situatie en knelpunten
In Uitwerking A wordt de feitelijke situatie van het netwerk beschreven en vergeleken met het referentiekader. Dit resulteert in een bereikbaarheidsopgave: een gestructureerd overzicht van knelpunten en restruimte op relatie- en
trajectniveau.
De Mobiliteitsscan wordt hier in de praktijk veelvuldig gebruikt om de feitelijke indicatorwaarden te bepalen en zichtbaar te maken. Door de eerder gekozen indicatoren uit stap 5 te berekenen voor het uitgangsscenario ontstaat een concreet beeld van reistijden, snelheden, intensiteiten, emissies en andere relevante grootheden. Deze waarden kunnen binnen of buiten de applicatie worden vergeleken met de beleidsmatige grenswaarden uit het referentiekader.
De resultaatkaart in de module Multimodale Netwerkkader vormt in deze stap een belangrijk hulpmiddel om de knelpunten in de juiste context te plaatsen. Doordat functies, voorkeurroutes, relaties, aangemerkte wegen en eventuele keuzepunten in één kaartlaag samenkomen, kan snel worden vastgesteld op welke trajecten het wensbeeld niet wordt gehaald en in welke mate dat plaatsvindt op hoog‑geprioriteerde relaties of in gebieden met een bepaalde beleidsstatus.
Uitwerking B - Oplossingsrichtingen
In Uitwerking B worden voor de vastgestelde knelpunten oplossingsrichtingen geformuleerd. Deze kunnen variëren van mobiliteitsmanagement en verkeersmanagement tot infrastructurele ingrepen en aanpassing van het
netwerkkader zelf. Ook wordt toegewerkt naar een roadmap waarin oplossingsrichtingen worden geordend naar prioriteit, haalbaarheid en tijdshorizon.
De maatregelmodules van de Mobiliteitsscan zijn in deze fase bijzonder geschikt voor quickscan‑analyses van potentiële maatregelenpakketten. Door bijvoorbeeld snelheden op wegvakken aan te passen, nieuwe
infrastructuur te modelleren, OV‑lijnen te wijzigen of vraaggerichte maatregelen zoals Park & Ride-hubs toe te voegen en parkeerregulering toe te passen, kan worden verkend welke effecten op de eerder gekozen indicatoren mogelijk zijn. De effectmodules maken het vervolgens mogelijk om maatregelscenario’s systematisch te vergelijken met de uitgangssituatie en met elkaar.
De resultaten van deze verkenningen geven inzicht in de orde‑grootte van effecten, in eventuele neveneffecten op andere delen van het netwerk en in de mate waarin de beleidsmatige grenswaarden benaderd of gehaald worden.
Dit ondersteunt de selectie en combinatie van oplossingsrichtingen tot coherente pakketten. De uiteindelijke keuze voor maatregelpakketten, de detaillering tot concrete ontwerpen en de bestuurlijke besluitvorming vinden
plaats buiten de Mobiliteitsscan.
Uitwerking C - Uitwerking naar deelnetwerk
Uitwerking C richt zich op een verdere detaillering van het multimodale netwerkkader voor een specifiek deelnetwerk, bijvoorbeeld een stedelijke corridor of een centrumgebied. De stappen 1 tot en met 5 worden op
hoger detailniveau herhaald, vaak aangevuld met kiemanalyse en ontwerpen van maatregelen op meso‑ of microschaal.
De Mobiliteitsscan is primair ontworpen voor het regionale en stedelijke schaalniveau. Binnen die schaal is het goed mogelijk om corridor‑analyses uit te voeren, scenario’s voor deelnetwerken te modelleren en de effecten op
het bredere netwerk te beoordelen. De module Multimodale Netwerkkader kan voor een deelnetwerk een aparte MNK‑analyse bevatten, waarin functies, relaties en routes specifiek voor dat gebied worden vastgelegd, binnen de kaders van
het eerder opgestelde regionale MNK.
Voor de zeer fijnmazige uitwerking van kruispunten, VRI‑regeling en maaiveldontwerp zijn aanvullende instrumenten en data nodig, zoals microsimulatiemodellen, detailmetingen en ontwerpstandaarden. De
Mobiliteitsscan levert in deze context de regionale inbedding: de rol van het deelnetwerk in het grotere geheel, de samenhang met andere corridors en de effecten van lokale keuzes op het bredere systeem.
Uitwerking D - Uitwerking voor niet-reguliere situatie
Uitwerking D beschrijft hoe het bestaande multimodale netwerkkader kan worden aangepast of aangescherpt voor niet‑reguliere situaties, zoals grootschalige werkzaamheden of evenementen. In dergelijke situaties wijken
verkeersvraag en/of netwerkcapaciteit substantieel af van de reguliere toestand, en is het wenselijk om tijdelijke aanpassingen in functies, prioriteiten en referentiekaders vast te leggen. De Mobiliteitsscan ondersteunt in deze context vooral de voorbereiding en verkenning van scenario’s.
De Mobiliteitsscan leent zich bij uitstek voor het analyseren van dergelijke situaties op strategisch niveau. Door met maatregelmodules tijdelijke afsluitingen, capaciteitsreducties, omleidingen, uitbreiding van OV‑aanbod of
extra P+R‑voorzieningen te modelleren, kunnen alternatieve scenario’s worden opgezet. De effectmodules maken inzichtelijk hoe deze scenario’s scoren op bereikbaarheid, doorstroming, leefbaarheid en veiligheid voor de relevante relaties en functies.
De module Multimodale Netwerkkader kan worden gebruikt om tijdelijk aangepaste functies en prioriteiten op het netwerk vast te leggen, bijvoorbeeld door bepaalde corridors een hogere status toe te kennen of juist als te beschermen weg te markeren. De resulterende functiekaart voor de niet‑reguliere situatie kan vervolgens dienen als leidraad voor verkeersmanagement en communicatie.
De operationele uitvoering van maatregelen tijdens werkzaamheden of evenementen, inclusief dynamische sturing, communicatie en afstemming tussen wegbeheerders, vraagt om aanvullende systemen en processen buitenom de Mobiliteitsscan.