Eigenschappen autonetwerk

Met deze module kunt u de netwerkeigenschappen bekijken die horen bij de gekozen brondata: snelheden, capaciteiten, en intensiteiten op het netwerk.

Toelichting

Bij het aanmaken van uw uitgangsscenario kiest u een netwerk. Binnen dit netwerk is bij de import per periode (ochtendspits of avondspits) netwerkeigenschappen meegegeven voor auto en optioneel vracht. Per wegvak kunt u het volgende analyseren:

  • snelheid: U heeft de keuze uit twee snelheden: de gereden snelheden in de spits en de ongehinderde snelheid (= snelheid freeflow). In het geval dat een wegvak twee richtingen bevat ziet u de snelheid van het wegvak met de kleinste snelheid.
  • capaciteit: De capaciteit wordt in vorm van het maximaal aantal personenauto-equivalenten (PAE) weer gegeven.  Voor wegvakken met twee richtingen wordt de gemiddelde capaciteit van beide richtingen getoond.
  • intensiteit: Deze kaart laat voor elk wegvak het aantal personenauto-equivalenten (PAE) zien voor de periode passend bij uw scenario. Als uit het bronmodel ook informatie over aantallen vrachtauto’s zijn ingelezen, zijn deze als personenauto-equivalenten opgeteld bij de intensiteiten van auto’s. Als er in de visualisatie twee wegvakken over elkaar liggen wordt het wegvak getoond met de hoogste intensiteit.
  • intensiteit/capaciteitsverhouding (I/C-verhouding): Deze kaart toont de verhouding tussen de intensiteit en capaciteit per wegvak. Voor wegvakken met twee richtingen ziet u de drukste richting.  Over wegvakken met een I/C-verhouding groter dan 1 wil meer verkeer rijden dan praktisch mogelijk is. Dit geldt overigens ook al voor IC-verhoudingen die net onder de 1 liggen. In de werkelijkheid zal de snelheid op deze wegvakken door dit hoge aanbod lager zijn en zal congestie ontstaan waardoor andere routes aantrekkelijker worden.   Dit effect kan via de terugkoppelmodule onder ‘Effecten’ worden gesimuleerd.

Kaartbeelden

In de linkerbalk kiest u welke netwerkeigenschap u op de kaart ziet. In de legenda kiest u welk netwerkniveau u ziet.  De opties zijn:

  • "hwn + own": Hoofdwegennet en onderliggend wegennet (level 1, 2 en 0 uit het bronnetwerk) . Deze optie laat dus het hele netwerk zien.
  • "hwn + own belangrijk": Hoofdwegennet en  onderliggend wegennet (level 1 en 2 uit het bronnetwerk).
  • "alleen hwn": Hoofdwegennet (level 1 uit het bronnetwerk).

De omschrijving van de niveau's zijn gebaseerd op het LMS/NRM. Andere verkeersmodellen kunnen een andere indeling hebben. Hierdoor kan het zijn dat de omschrijving niet past bij het getoonde kaartbeeld.

Als u een wegvak aanklikt krijgt u informatie over dit wegvak te zien. U ziet per rijrichting de intensiteit, capaciteit, I/C-verhouding, snelheid belast, snelheid freeflow en het aandeel korte ritten (<5 km).  Deze tabel is toegelicht op de pagina Tabel wegvakinformatie.

Tip: experimenteer met het zoomniveau om de gewenste informatie te zien.

Scenario's vergelijken

U kunt twee scenario's vergelijken binnen de  effectenmodule netwerkeigenschappen auto.

Databronnen en rekenregels

Een personenauto-equivalent wordt berekend door het aantal auto's en het aantal vrachtauto's keer 1,75 bij elkaar op te tellen.

De informatie wordt direct afgeleid uit het netwerk dat behoort bij uw uitgangsscenario. In het scenariologboek ziet u welk netwerk dit is. In het logboek kunt u ook terugvinden welk submodel is gebruikt.


Niveau: normaal

Zones: n.v.t.

Modaliteit: auto


Autonetwerk

Netwerk van wegvakken met snelheden, intensiteiten en capaciteiten. Bestaat voor submodellen.

Bij het importeren van de netwerken worden voor wegen zonder een intensiteit, de snelheden op 1 km/uur gezet.

Personenauto-equivalent

De personenauto-equivalent (PAE) is een getal dat aangeeft hoeveel ruimte een voertuig inneemt in vergelijking met een personenauto. In de Mobiliteitsscan wordt een PAE aangehouden van 1,75 voor vrachtauto's.

Bronmodel

Een bronmodel is een verkeersmodel dat wordt geïmporteerd in de Mobiliteitsscan en wordt gebruikt als basis voor uitgangsscenario’s. Het is een combinatie van allerlei gegevens zoals autonetwerk met snelheden, HB-matrix auto/ov/fiets, reistijden auto/OV/fiets (niet verplicht) en sociodata (arbeidsplaatsen en inwoners). Een bronmodel kan gegevens voor ochtendspits en/of avondspits bevatten.

Submodel

Een dagdeel binnen een bronmodel. Bijvoorbeeld een bronmodel ‘NRM’ kan een submodel ‘ochtend’ bevatten.

Licentie

De Mobiliteitsscan kent twee soorten licenties: normaal en expert. Enkele modules/functionaliteiten zijn zo specialistisch dat deze alleen zichtbaar zijn voor 'experts'.