Toedeling verkeersvraag

De Mobiliteitsscan maakt voor het bepalen van reistijden en intensiteiten gebruik van een eigen toedeling van verplaatsingen aan het netwerk.

Toelichting

De scan gebruikt een eenvoudige toedelingstechniek waarbij de snelste route tussen iedere herkomst en bestemming (ieder ‘zone-paar’) wordt bepaald en het verkeer aan deze routes wordt toegekend. Voor de helft (50%) van het verkeer gebeurt dit volgens de snelheden en routes in de dalperiode (free flow), voor de andere helft van het verkeer volgens de snelheden en routes in de spits.

De zo bepaalde intensiteiten worden in de scan niet direct getoond. Ze zijn immers minder betrouwbaar dan de toedelingen met de "echte" modellen die op tellingen gekalibreerd zijn en die rekenintensievere toedelingstechnieken gebruiken (multiple route, capacity restraint en soms ook dynamisch).

Voor uitgangsscenario’s worden uitsluitend de intensiteiten uit de onderliggende bronmodellen getoond. In de maatregelscenario’s wordt het relatieve of absolute verschil van de toedeling in de uitgangs- en maatregelscenario verrekend met de basisintensiteit uit het onderliggende bronmodel. Zie de effect-module Intensiteit auto.

Rekenregels

De verkeersvraag die in de HB-matrix (verkeer dat gaat van herkomst H naar bestemming B) is gespecificeerd, wordt aan het netwerk toegedeeld om reistijden te bepalen. Voor deze toedeling heeft elk HB-paar 2 routes: de ene route is gebaseerd op de free-flow snelheden vff en de andere op de snelheden in de spits vph. Deze komen uit de bron die bij het aanmaken van het uitgangsscenario geselecteerd wordt. Het berekenen van de route gebeurt in beide situaties met het Dijkstra algoritme, waarbij het kortste pad in tijd wordt bepaald op basis van de reistijd t voor elke link a met Formule 1 en Formule 2:

Toedelingen_formule1
Toedelingen - formule 1: reistijd voor free-flow snelheid
Toedelingen_formule2
Toedelingen - formule 2: reistijd voor snelheid in spitsuur

Aangenomen wordt dat deze beide routes elk de helft van de verkeersvraag qod krijgen en daarmee wordt de route flow frod voor route r van HB-paar od als volgt berekend met Formule 3:

Toedelingen_formule3
Toedelingen - formule 3: route flow op basis van de helft van de verkeersvraag

Bij deze toedeling maakt de volgorde van zones niet uit, zodat deze berekening slechts een keer gedaan hoeft te worden. Er wordt dus geen evenwichtssituatie bepaald.

Alleen autoverplaatsingen worden meegenomen in de toedeling. Vrachtverkeer wordt niet toegedeeld door de scan.




HB-matrix

Herkomst-bestemming matrix. Bestaat voor submodellen en scenario’s. Bij submodellen zijn de herkomsten en bestemmingen gebaseerd op de bronzones, bij scenario's op de scenario-zones.

Submodel

Een dagdeel binnen een bronmodel. Bijvoorbeeld een bronmodel ‘NRM’ kan een submodel ‘ochtend’ bevatten.

Bronmodel

Een bronmodel is een verkeersmodel dat wordt geïmporteerd in de Mobiliteitsscan en wordt gebruikt als basis voor uitgangsscenario’s. Het is een combinatie van allerlei gegevens zoals autonetwerk met snelheden, HB-matrix auto/ov/fiets, reistijden auto/OV/fiets (niet verplicht) en sociodata (arbeidsplaatsen en inwoners). Een bronmodel kan gegevens voor ochtendspits en/of avondspits bevatten.

Scenario

De Mobiliteitsscan kent twee typen scenario's: uitgangsscenario's en maatregelscenario's.

Uitgangsscenario

Basis voor analyses en uitgangspunt voor maatregelscenario's. Bij het aanmaken van een uitgangsscenario bepaalt u welke data gebruikt worden en welk gebied u wilt analyseren.

Maatregelscenario

Maatregelscenario's zijn gebaseerd op uitgangsscenario's. U kunt maatregelen toevoegen aan een maatregelscenario en de effecten bekijken op het tabblad Effecten.

Bronzones

Orginele zones in het bronmodel.

Scenario-zones

Geaggregeerde zones (meestal 250) in het uitgangs- en/of maatregelscenario.

Zie ook:

-> Basiskennis Mobiliteitsscan

-> Aanmaken uitgangsscenario